guest of honour

→ newsletter

Elk jaar neemt ceramic brussels het initiatief om een kunstenaar uit te nodigen die het programma verrijkt met zijn of haar ervaring en visie op hedendaagse keramiek.

Marion Verboom is de eregast van ceramic brussels 2027.

Marion Verboom, geboren in 1983, woont en werkt in Parijs. Ze studeerde in 2009 af aan de École nationale supérieure des beaux-arts in Parijs en vervolgde haar opleiding tussen 2009 en 2011 aan De Ateliers in Amsterdam.

Sindsdien heeft ze een kenmerkend oeuvre opgebouwd dat een unieke plaats inneemt binnen de hedendaagse beeldhouwkunst, op het snijvlak van architectuur, ornamentiek en de vormgeschiedenis. Haar praktijk is geworteld in een voortdurende betrokkenheid bij culturele verwijzingen door de tijd en de ruimte heen, evenals in een nauwkeurige aandacht voor constructieprocessen en materiële transformatie.

Haar werk is op grote schaal gepresenteerd in institutionele contexten in Frankrijk en internationaal, waaronder solotentoonstellingen in La Verrière – Fondation d’entreprise Hermès in Brussel, Le Voyage à Nantes en het Frac Île-de-France, evenals talrijke groepstentoonstellingen in belangrijke instellingen.

Naast deze tentoonstellingen heeft ze projecten en samenwerkingen ontwikkeld die haar onderzoek uitbreiden naar verschillende contexten, wat de hybride en evoluerende aard van haar praktijk weerspiegelt. Haar werk is ook opgenomen in verschillende openbare collecties, waaronder het Centre national des arts plastiques (CNAP), MAC VAL en het Musée d’Arts de Nantes, wat getuigt van de erkenning ervan binnen instellingen voor hedendaagse kunst.

Door middel van een praktijk die voortdurend historische vocabulaire nieuw leven inblaast en tegelijkertijd diep verankerd blijft in het heden, draagt Marion Verboom bij aan het herdefiniëren van de plaats van de beeldhouwkunst vandaag de dag, waarbij ze een taal hanteert die zowel onderbouwd als open is.

beeldhouwkunst

Het werk van Marion Verboom is gebaseerd op het principe van iteratie, waarbij fragmenten worden samengevoegd tot modulaire structuren die kunnen worden gecombineerd, herhaald en herschikt. Deze composities ontstaan door het stapelen van elementen, waardoor systemen ontstaan die open blijven en voortdurend in beweging zijn.

Sinds 2015 ontwikkelt ze de doorlopende serie Achronies, een reeks totemachtige sculpturen die een nieuwe invulling geven aan de traditionele architectonische zuil. Via deze reeks herinterpreteert ze een canonieke vorm door motieven te combineren uit een breed scala aan culturele repertoires, van oude beschavingen tot modernistische vocabulaire.

Ze werkt met een grote verscheidenheid aan materialen — waaronder beton, hout, gips, brons, klei en hars — en ontwikkelt sculpturen die tot stand komen via een proces waarin technische precisie en experimenteren samenkomen. De herhaling van modules en hun variaties genereren composities die zowel gestructureerd als dynamisch zijn.

De kern van haar praktijk wordt gevormd door een voortdurende dialoog tussen verschillende kunstgeschiedenissen en esthetische visies. Vormen circuleren, transformeren en vermengen zich, waardoor verbindingen ontstaan over tijd en ruimte heen. Deze benadering resulteert in een beeldtaal die zowel rigoureus als open is, waarin verwijzingen gelaagd zijn in plaats van vaststaand, en waarin elk werk een plek van constructie en interpretatie wordt.

interview met Marion Verboom

"Ik kijk graag hoe materiaal vorm krijgt in mijn handen" - interview met Marion Verboom, eregast 2027

Voor de editie van 2027 brengt kunstenares Marion Verboom een uitgebreide solotentoonstelling in een speciaal daarvoor ingerichte ruimte op de beurs, in samenwerking met Galerie Lelong Paris.
Om beter te begrijpen wat haar werk inspireert en voedt, stelden we haar enkele vragen.

e werk legt verbanden tussen verschillende tijdperken, culturen en kunstgeschiedenissen. Wat boeit je aan die kruisingen?

Deze manier van werken is eigen aan de reeks Achronie, die ik al meerdere jaren ontwikkel via een bijna encyclopedisch onderzoek dat voortdurend uitbreidt, en die ik vervolgens vertaal in boetseren en gieten. Zo bouw ik een gipsotheek op, een soort alfabet van vormen die door mij heen trekken. Vooral de vormen die een echo oproepen leg ik vast: motieven die me vertrouwd zijn en die door de eeuwen heen fluctueren, zich in mijn geheugen nestelen, en die ik vervolgens ontwikkel door klei te boetseren. Het boetseren wordt dan een ruimte van circulatie waarin de vormen zich blijven transformeren; het gaat er niet om bestaande modellen te reproduceren. Elk fragment waaruit mijn gipsotheek bestaat, is een onderdeel van een oneindige constructie, die zowel een archeologische zuil als een geologische boorkern benadert. In die fragmenten wil ik niet zozeer de culturele kruisingen uitdrukken, maar veeleer de inwerking van de tijd en van geografische verplaatsingen op motieven, symbolen en representatiesystemen. De compositie van de op elkaar gestapelde fragmenten bouwt zich op als een DNA-sequentie of een logosyllabische zin, waarin kleuren, texturen en hun inschrijving in de verticale tijd zich vermengen.

Je werkt vaak met fragmenten, assemblages, lagen, zuilen. Wat trekt je aan in deze manier om werken op te bouwen?

Sinds mijn eerste tekeningen heb ik me altijd geïnteresseerd in het creëren van tussenruimtes. In de gieterij noemt men ze de "nuits". Die verbindingen, die de mogelijkheid tot herassemblage openen, fascineren me. Dat vermogen om in elkaar te passen is soms zelfs de bestaansreden van mijn constructies. Ik vind dat een vorm, een voorstelling, onze perceptie van de wereld juister weergeeft wanneer ze niet monolithisch is, maar uit meerdere delen bestaat die samen een geheel vormen. Je neemt een sculptuur nooit in haar geheel waar; je moet eromheen lopen en mentaal een optelsom maken om een volume te begrijpen. Dat is een beetje wat ik ook doe tijdens het maken.

Je werkt met een grote verscheidenheid aan materialen, waaronder gips, beton, brons, hars, hout en klei. Welke plaats neemt het materiaal, en misschien de keramiek in het bijzonder, in jouw creatieproces in?

Ik gebruik vooral materialen die uitharden door katalyse of door bakken, met technieken zoals boetseren, gieten of de verloren-wastechniek. Ik bewerk de materialen graag met mijn handen en zie ze transformeren onder invloed van mijn gebaar. Zoals Gaston Bachelard zo treffend uiteenzette in La Terre et les rêveries de la volonté, vormen het harde en het zachte op zich al een vorm.
De vorm is onlosmakelijk verbonden met haar substantie, en de manier waarop je er komt telt evenzeer als het resultaat. Daarom is het voor mij belangrijk om sculpturen uit meerdere materialen te maken, om contrasten te creëren en de eigenschappen van elke substantie tot hun recht te laten komen. Het is een evenwichtsspel. Ik breng graag elementen samen die tot verschillende tijdsperiodes, referenties of werelden behoren, om zo een nieuwe lezing van het werk op te bouwen. Al heel vroeg voelde ik me aangetrokken tot transparantie. Het leek me essentieel om die kwaliteit in mijn volumetrische constructies te integreren, om de massa's in evenwicht te brengen, de verhoudingen te wijzigen en nieuwe lichtcirculaties te creëren.

Welke plaats neemt het tekenen in jouw creatieproces in? Is het een moment van onderzoek, van projectie, of een andere manier van bouwen?

Die is behoorlijk evolutief. Toen ik geen atelier had, spande ik een groot vel papier in mijn kamer om met grafiet netwerken van volumes te tekenen. Daarna maakte ik aquarellen. Ik vond dat die techniek goed aansloot bij mijn manier om met materie te werken, want het pigment ontwikkelt zich in een vloeibare plas en concentreert zich, waardoor het pad van de vloeistoffen zichtbaar wordt. De laatste tijd combineer ik pastel met olieverf op papier, om uiteenlopende kleuren en texturen samen te brengen en antropomorfe vormen weer te geven die muteren en dromen. Voor mijn volgende tentoonstelling in Galerie Lelong laat ik me inspireren door de Metamorfosen van Ovidius. Tekenen kan programmatisch zijn, als aanzet of projectie dienen voor een toekomstige sculptuur, maar het vormt evengoed een doel op zich. Dat onderscheid is in mijn hoofd trouwens niet helemaal vastgelegd: het tekenen beweegt zich vrij tussen de schets, het onderzoek en het autonome werk.

Voor ceramic brussels 2027 bent u eregast: hoe denkt u deze toch wel bijzondere tentoonstelling aan te pakken?

Ik wil verschillende fasen van mijn beeldend onderzoek samenbrengen om een gulle tentoonstelling te tonen. Ik ben geen keramist; en toch neemt klei een centrale plaats in mijn werk in. Ik bak het, ik emailleer het, ik combineer het met glas, maar ik gebruik het ook als matrijs in het atelier. Het is trouwens dezelfde klei die ik al meer dan tien jaar gebruik om mijn fragmenten te maken. Zodra het fragment geboetseerd en vervolgens gegoten is, bevochtig ik de klei opnieuw, waardoor ze weer beschikbaar wordt voor de volgende sculptuur. De laatste tijd heb ik die klei onder meer gebruikt om de modellen voor mijn antropomorfe figuren in gegoten aluminium te vormen. Zo blijft ze, zelfs wanneer ze uit het eindresultaat verdwijnt, aanwezig in elke fase van het maakproces, als een vruchtbaar slib dat al mijn producties met elkaar verbindt.

Vue Datelier 2024  Photo Nicolas Brasseur 10 1
@ Nicolas Brasseur